Mapping the Via Appia/Art

Mapping the Via Appia/Art is an ongoing photo project from artist/researcher Krien Clevis (PhD), part of the multi-disciplinary research project ‘Mapping the Via Appia’. Clevis’ contribution to the project is devoted to this unique historical ‘avenue of memories’, which over the centuries has been subject to constant change. She studies the different perspectives on this street, ranging from its protection to its opening-up. She is not just concerned with how the gems of the remaining famous tombs are located along this memory avenue, which changes into a busy highway, but also with how the relics of this avenue are incorporated into the contemporary urban infrastructure and the natural environment and how they are subject to diverse forms of contemporary use. This weblog concerns the first two parts of her investigation and concentrates on the Via Appia Antica Miglio I to XI, and V and VI.

In de voetsporen van Piranesi.

Artistieke standpunten op Mijl V en VI van de Via Appia Antica, Roma

Krien Clevis

Wat gebeurt er als je de historische standpunten van kunstenaars/architecten/archeologen/fotografen – die in de afgelopen eeuwen de grafmonumenten op de Via Appia Antica in kaart hebben gebracht – inneemt, ze precies onderzoekt op coördinaten en ze vervolgens opnieuw fotografeert? Welke veranderingen neem je dan waar? Wat is de positie van het gefotografeerde monument nu ten opzichte van de omgeving in vergelijking tot die van weleer? Waarom heeft men destijds dit standpunt ingenomen en wat is er veranderd aan het monument ten opzichte van zijn omgeving?
Deze vragen vormden uitgangspunt voor mijn onderzoek door middel van specifieke verkenningen op Mijl V en VI van de Via Appia Antica te Rome. Heel in het kort: op de twee mijl van het archeologisch project ‘Mapping the Via Appia’ (Radboud Universiteit Nijmegen (RUN) en Koninklijk Nederlands Instituut Rome (KNIR)), doe ik onderzoek naar de historische standpunten van architecten, tekenaars, archeologen en fotografen. Piranesi staat vooraan in de rij van diegenen die de Via Appia Antica in kaart hebben gebracht, opgevolgd door de Italiaanse tekenaar Carlo Labruzzi (die meereisde met archeologen), en enkele anonieme tekenaars, die de Grand Tour deden. Daarna komen de fotografen, die aan het begin stonden van de fotografische ontwikkelingen, opgevolgd door fotografen uit de jaren 50 en 60, die in de context van de grote urbanistieke veranderingen deze ‘herinneringsstraat’ in beeld brachten tot aan het hergebruik vanaf de jaren 90.
Er wordt in mijn onderzoeksproject geen onderzoek gedaan naar de verschillende monumenten, maar naar het letterlijke standpunt zelf, die door historische beeldmakers werd ingenomen, om naar de monumenten te kijken. Door hun voetsporen te treden, probeer ik er achter te komen welke positie zij innamen en waarom, wat zij wel of niet zagen en wat zij wilden zien. Ik handel, met andere woorden, vanuit dat onderzochte standpunt zelf, en werp vanuit daar mijn onderzoekende blik. De camera (m.n. de analoge) functioneert als een camera obscura, als een afgesloten zwarte doos, waarin alle tijden voor even samenkomen, en meteen ook weer oplossen. Het resultaat is een nieuwe foto, die ogenschijnlijk het historische standpunt vastlegt, maar die ‘slechts’ de verandering van de plaats in context prijsgeeft. Juist door in de voetsporen te staan van de historische beeldmakers en te onderzoeken wat zij zagen, wordt de verandering in de tijd zichtbaar. Zo voegt mijn hedendaagse onderzoek weer een episode toe aan de bestaande tijdbalk.

Ik meen dat ik met mijn manier van werken, een methode te hebben gevonden om de (historische) context van de grafmonumenten te verrijken, al is het maar door in voetsporen van een aantal belangwekkende artistieke voorgangers te (mogen) treden. De methode is een etnografische, waarbij ik gebruik maak van het medium fotografie, de camera als gereedschap voor mijn meta-observatie. De object-subject-relatie wordt hier in een historische dimensie ingezet. De hedendaagse beeldmaker verplaatst zich in de historische beeldmaker, door middel van diens onderzochte, ingenomen standpunten. De participerende observant wordt de observerende participant. In de geschiedenis, die in dat ene moment van het maken van de foto beklijft, komt deze etnografische methode tot zijn recht in materiaal en context. Het gaat mij hierbij niet om het object gerelateerde (fotografisch/etnografisch) onderzoek, maar vooral om het perspectief/ de visie hoe en waarom een bepaalde ‘kunstenaar’ (lees ook kunstenaar/architect, fotograaf/archeoloog, kunstenaar/onderzoeker) dat object tegemoet trad en treedt: welke positie nam hij in en waarom, wat zag hij, en wat zie ik nu? Ik handel als het ware van ‘binnenuit’, vanuit het onderzochte standpunt, vanuit de visie van de historische kunstenaar. In die zin neem ik ook de rol aan van de biograaf, die speelt met de idee van ‘kijken en bekeken worden’, een haast voyeuristische rolverwisseling die plaatsvindt op het moment van fotografie.

De vraag: “Transformeert de kunstenaar haar eigen ‘zelf’ in de ‘ander’, of is de (geobserveerde en beschreven) ‘ander’ getransformeerd in een ‘ik’/de persoon zelf in het kunstwerk?”, is leidend voor mijn onderzoek. Door het ‘extra oog’ van mijn camera wordt als het ware de rolverwisseling (voor een moment) vastgelegd, en wordt daarmee de tijd, en de verandering van de plaats, inzichtelijk gemaakt.

In the Footsteps of Piranesi.

Artistic Positions on Mile V and VI of the Via Appia Antica, Rome

Abstract Krien Clevis, Call for Participation ‘Ethnography and Artistic Research’, 12 November 2015 Royal Flemish Academy of Belgium for Science and the Arts, Brussels

Over the past centuries, artists, architects, archeologists and photographers have variously mapped the funerary monuments along Rome’s Via Appia Antica. What happens when you investigate the precise coordinates of their position and subsequently take pictures under the same angle? What are the changes you observe? How does your new image of the monument with its surroundings compare to the image made in the past? Why did one take up that particular position way back then, and how did the monument’s relation to its immediate surroundings change over time? These questions served as a starting-point for my research on Mile V and VI of the Via Appia Antica in Rome. Along the two miles of the archeological project ‘Mapping the Via Appia’ (initiated by Radboud University Nijmegen (RUN) and the Royal Netherlands Institute Rome (KNIR)), I investigate the historical positions of architects, draughtsmen, archeologists and photographers. Giovanni Battista Piranesi (1720-’78) is leading the long line of those who mapped the Via Appia, followed by the Italian draughtsman Carlo Labruzzi (who joined archeologists) and several anonymous draughtsmen who did the Grand Tour. Next came the photographers who were the first to contribute to photography’s development, followed by photographers from the 1950s and 1960s – who in response to large urban changes also represented this ‘memory lane’ – and by creative reinterpretations in the 1990s. My research project does not focus on the different monuments as such, but on the exact position taken up by artists for representing these monuments. By following in their footsteps, I try to find out which angle they chose and why, what they saw and did not see, and what they wanted to see. In other words, I try to reconnect with the particular angle chosen by past artists as basis for developing my own investigative gaze. The (analog) camera functions as a camera obscura, as a closed black box, in which moments from different times briefly converge and instantly vanish again. The new photo seemingly records a historical perspective, but ‘merely’ reveals the changes of the place in context. Precisely by pursuing the vantage point of previous image-makers and by studying what they saw, changes over time become concrete and tangible. Thus my contemporary research adds another episode to the existing timeline.

My approach, I believe, involves a method for enriching the (historical) context of the funerary monuments, if only by following in the footsteps of my artistic precursors. In this ethnographic method I rely on the medium of photography, using the camera as a tool for meta-observation. As such I put the object-subject relation into historical perspective. As contemporary image-maker I assume the role of historical image-makers by studying and pursuing their exact position. The participant observer becomes the observing participant. This ethnographic method, when applied to the past as reconstructed in that single moment of making the photo, is thus well reflected in both the material and the context. I am less interested in object-related (photographical/ethnographic) study than in (re-) establishing a perspective on how and why a particular ‘artist’ (or: artist/architect, photographer/archeologist, artist/researcher) once approached that object: which position did she take and why? What did he see, and what do I see today? I act from ‘within’, from the angle of the investigated position, from the vision of the historical artist. In this respect, I take up the role of the biographer who plays with the notion of ‘looking and being looked at’, an almost voyeuristic exchange of roles that occurs in the moment of photography.

My investigation has been guided by the following question in the Call for Participation: ‘Does the artist transform her own ‘self’ into the ‘other’, or is the (observed and described) ‘other’ transformed into a ‘self’ in the artwork?’ My camera’s ‘extra eye’ can be said to record this interchange of roles (for a moment), and this contributes not only to our understanding of the changes of the place involved, but also to our grasping of time itself.









In the Footsteps of Piranesi

Artistic Positions on Mile V and VI of the Via Appia Antica, Rome

  • Dia1
wowslider.net by WOWSlider.com v8.7
Krien Clevis, 20.02.2016, Roma
Photo gallery





Krien Clevis | Casal Rotondo 1743-2015
Movie projection (draft).





© Krien Clevis
Website: Maarten Davidse